Hoe een stagiaire de lessen ervoer

VERSLAG februari 2013 bij de Gypsy Academy door Intan Werry, Codarts bacheloropleiding  viool Argentijnse tango met Minor Educatie aan de Rotterdam World Music Academy (RWMA) van het conservatorium. Ze liep 2 maandagen stage 

Sinds oktober 2009 heeft Den Haag een Gypsy Academy onder leiding van Martin Schaefer, een inspirerend zigeuner- en volksmuziekspecialist uit Zwitserland. De Academy bestaat uit kinderen van 4 tot 11 jaar die volgens de Suzuki-methode vioolles hebben bij juffie Stieneke Voorhoeve-Poot. – voor verslag stage Suzuki vioollessen van Juffie Stieneke zie www.vioolles.info 

De kinderen krijgen gedurende het jaar les volgens de Suzuki-methode. Ze hebben 2x in de week les in groepsverband en als ze in hun derde jaar zitten hebben ze af en toe privéles. Natuurlijk ook van gypsy gastdocent Herr Schaeffer.  Herr Schaefer is meestal in oktober, februari en in mei  in Den Haag. De kinderen krijgen dan extra les in het weekeinde en werken toe naar een concert: Valentijnsconcert en jaarlijks een optreden op Festival Classique  in Den Haag.

Herr Schaefer heeft zijn eigen methodiek, maar die bleek een paar jaar geleden, op een grote internationale Suzuki-Conventie wonderwel aan te slaan bij Suzuki-kinderen en – leraren. Hij betrekt de kinderen in de organisatie en in de overdracht van wat zij al hebben geleerd aan de kleinsten. Beginners spelen meteen mee als “klokjes” op losse snaren  en pikken onderwijl de melodie op. Die melodie mogen ze spelen zodra ze een hoge derde vinger zuiver kunnen plaatsen, dus een paar maanden later. Zodra ze die ook zelf beheersen, leren ze de baspartij, dwz de harmonieën: Tonica, Dominant en Subdominant en ook mineur, afgewisseld met een tegenstem. Zo krijgen ze binnen een paar uur diverse basisstukken onder de knie. Bij een volgend bezoek van Herr Schaefer komen daar nieuwe stukken en moeilijker partijen bij.

Herr Schaefer geeft op vele plekken in Europa les aan kinderen in Gypsy viool/orkesten. Sinds de inbreng van Herr Schaefer,  krijgen de wat oudere kinderen van de laatste groep ook pianoles van juf Stieneke. Zij is zelf gaan inzien hoe belangrijk dit is en zal zijn voor de muzikale ontwikkeling en toekomst van deze piepjonge kinderen. Herr Schaefer wil dat de kinderen meer in akkoorden kunnen denken onder de liedjes die ze spelen op de viool.

Verslag van lessen op Maandag 4 februari 2013 16.00-21.00 uur

Herr Schaefer is er één keer in de zoveel maanden. De kinderen studeren naast de Suzuki-liedjes ook  alvast de gypsy – liedjes in samen met juf Stieneke. Als Herr Schaefer er dan is kunnen ze er echt gypsymuziek van maken.
Alle kinderen van de vioolschool spelen tijdens een Gypsyconcert waar ze naar toe werken. Dat concert valt aan het einde van de twee weken dat Herr Schaefer er is. Ze spelen allemaal mee met dezelfde gypsyliedjes. De oudste kinderen spelen dan  ook nog een paar extra stukken die nog te moeilijk zijn voor de kleintjes. Elke niveau heeft een aangepaste partij, dus iedereen kan op zijn niveau meedoen.

Wat maakt Herr Schaefer zo’n goede docent?

Stieneke  vertelt dat hij het klaarspeelt dat de  kinderen aan zijn lippen hangen. Hij legt de lat hoog, wil het goed hebben en werkt tot iedereen het kan.  Stieneke moet de kinderen dus goed voorbereiden. Helaas kan hij minder vaak komen dan vroeger omdat hij op vele plekken word gevraagd in Europa. Nu is hij ergens in oktober 2012 geweest en komt in februari  en  mei en nog een weekje in juni 2013. Hij komt dus niet elk jaar op precies dezelfde datum. Ontmoeting met   Herr Schaefer: zie hieronder 

16.00-17.00  Herr Schaefer Methode: gypsy met een basis van de Suzuki- methode
Niveau: eerstejaars leeftijd: 4 tot 6 jaar Aantal: 10 kinderen

De les begint met de Oekraïense dans. Het stuk dat altijd door iedereen wordt meegespeeld, alle niveaus tegelijk.
Eigenlijk spelen ze het merendeel van de stukken met alle niveaus samen en elk niveau heeft zijn eigen partij. Maar soms hebben de oudste kinderen nog wat extra stukken.
Herr Schaefer vraagt of de kinderen het tweede gedeelte van de Oekraïense dans ook kennen. Hij speelt een klein stukje voor en al snel herkent een kind het en steekt zijn vinger op en mag het voorspelen voor de andere kinderen. De andere kinderen spelen het dan na. Als dit lukt, doen ze het ook op de balalaika manier.
Herr Schaefer pikt één kind eruit. Hij moet het een paar keer voorspelen en wanneer het vals klinkt, mogen alle kinderen gillen. Het was de tweede vinger die steeds vals bleek te zijn. Ze spelen weer samen en dan mag er weer een kind alleen spelen.
Het volgende liedje kan nog niet iedereen. Twee kinderen van de groep zijn al wat verder en mogen de hele melodie spelen, omdat zij het al wel kunnen.  Zij mogen staan en de rest mag blijven zitten. De zittende kinderen spelen een begeleiding en tokkelen alleen de losse A – snaar.
De twee solisten moeten als een dronken Rus gaan spelen. Herr Schaefer beweegt extreem mee, dit jut de kinderen op om nog enthousiaster te gaan spelen.
Hij vraagt nog even tussendoor aan de tokkelende kinderen of ze precies weten hoe ze moeten tokkelen. Hij laat het nog even kort zien, iedereen doet hem na: duim tegen de toets en de wijsvinger wat gestrekt over de toets en niet te veel knijpen. Het geluid dat ze nu maken is veel mooier en voller.
Ze doen een korte toonladder (in de stijl van de zigeuners) en de tweede keer moeten ze veel meer geluid maken door meer streek te gebruiken. Hij vertelt dat de viool is zoals de stem, je moet dus echt zingen met de stok.
Herr Schaefer geeft de opdracht aan een meisje om alle kinderen te checken. Ze moet de toonladder voorspelen en daarna speelt ze het samen met het kind waarvoor ze het doet enz.  Op een gegeven moment mag er ook even een ander kind jury zijn.
Als iedereen is geweest doet hij het nog een paar keer met iedereen tegelijk met de gewone streek, de balalaika en zacht & hard.

De Spaanse dans: één van de kinderen moet un, dos, tres roepen en dan begint het lied. De piano speelt en de kinderen moeten steeds stampen op de 1, volgende niveau is het tokkelen met de linker pink op de losse E snaar. Het tweede deel zijn de losse snaren waarop Herr Schaefer  een toonladder improviseert. Dan komt de vervolgens weer het gestamp,  weer de losse E snaar (genoemd de klokjes) en als laatste de balalaika. Het hele stuk is nu gespeeld op verschillende manieren en klinkt al helemaal af. En dit was alleen nog maar het eerste zigeunerstuk van de vier.

Volgende lied  is het meest beroemde Zigeunerstuk, dat   Herr Schaefer overla gevraagd wordt te spelen: de Roemeense Nachtegaal, hier de Vogeltjes genoemd. Het begint met een glissando op de E snaar. Dit lied word afgewisseld met zingen en spelen.

Het laatste stuk wat ze doen bevat ook weer zingen en spelen en Herr Schaefer speelt ook hier weer de solo over de kinderen heen. Het lijkt wel een feest.  Herr Schaefer is opgestaan en begint te dansen onder het spelen. Veel van de kinderen hupsen op hun manier mee.

17.00-18.00  Herr Schaefer Methode: gypsy met een basis van de Suzuki- methode
Niveau: tweedejaars leeftijd: 6-7 jaar  Aantal: 16 kinderen

Deze les spelen ze precies dezelfde liedjes,  maar Herr Schaefer gaat nu op andere dingen in.
En de kinderen spelen al veel meer gedeeltes van de echte melodie van het betreffende lied, wisselen snel af van spelen naar zang,  pizzicato etc.
Herr Schaefer legt uit waarom je met een opstreek moet beginnen bij een opmaat. Hij benadrukt dan ook nog eens extra steeds de 1 van elke maat. Dit geeft ook een groovy effect en dat heb je nodig in de gypsymuziek.
Het volgende wat hij uitlegt zijn de woorden ARCO & PIZZ. Hij zal niet roepen ‘strijken’ maar ‘arco”  De kinderen moeten deze twee woorden samen opzeggen.
De meeste kinderen kennen zo’n beetje alle melodieën (of gedeeltes van de melodieën) van alle liedjes. Hij haalt van een aantal stukjes de valse noten er nog uit. Niet met geroep zoals bij de eerste groep,  maar hij laat het ze zelf uitzoeken op gehoor of het vals is.
Herr Schaefer leert de kinderen bij de Roemeense Feuretanz, Cieleandra,  het elektrische gitaar vibrato. Iedereen moet lachen, het geeft ook een enorm leuk effect. Hij doet het ook nog een keer voor in een dubbelgreep.
Bij het volgende lied doen 4 meiden de melodie en de rest de begeleiding van 3 noten. Ze wisselen het ook nog eens af met zingen. Ook komt er één lange noot in voor die ze op een stuiterende manier moeten spelen. Iedereen kan het al een beetje. Maar hij laat nog even zien hoe het precies moet. Ze moeten thuis nog veel luisteren naar de opnames van de liedjes.
Er wordt ook veel op de dynamiek gelet. Herr Schaefer speelt ook hier extra solo’s door het lied. Nog moeilijker dan bij de eerste groep. Het valt me op dat niemand er van in de war raakt, maar juist lekker doorspeelt.

18.00-19.00  Herr Schaefer Methode: Gypsy met een basis van de Suzuki – methode
Niveau: derdejaars leeftijd: 8-10 Aantal: 11 kinderen

De kinderen beginnen meteen een volledig gypsylied te spelen. Achteraf zegt Herr Schaefer dat het te veel als een soldatenspel klinkt. Het moet veel meer zigeunerachtig klinken, meer zingend en hij gaat diep door zijn knieën.
De kinderen moeten ook steeds op de 1 door hun knieën gaan.
Herr Schaefer gaat steeds sneller, de kinderen moeten opletten want hij blijft maar doorgaan.
Hij haalt er één kind apart uit dat het ritme nog niet helemaal onder de knie heeft. Dit komt omdat het kind teveel bij de slof speelt. Hij laat het kind en ook de andere kinderen erna voelen hoe het is om dit gedeelte bij de slof te spelen en hoe het is om het gedeelte bij de punt te spelen.
Als er nog steeds een paar niet goed spelen zegt hij heel streng dat,  al doet één kind het alleen maar fout,  alles meteen verpest wordt.
Daarna vroeg hij of iemand wist wat een break is.  Eén kind stak de vinger op en zei dat het betekent dat iedereen tegelijk stil moet zijn.
Vervolgens leerde Herr Schaefer de kinderen op de viool het dominant septiem akkoord. Dit wordt namelijk gebruikt in een liedje. Veel kinderen vinden het lastig. Dus laat hij iedereen apart spelen totdat het zuiver is. Ook laat hij het weer in balalaika spelen.
De kinderen spelen weer een ander lied,  waarbij ze allemaal met hun lichaam naar links en naar rechts wiegen.

19.00-20.00    Herr Schaefer, Methode: gypsy met een basis van de Suzuki- methode Niveau: vierdejaars, leeftijd: 9-11 Aantal: 6 kinderen

Deze kinderen zijn aanzienlijk verder. Ze nemen kort tijd voor de algemene liedjes die op elk niveau gespeeld worden. De rest van de les besteden ze aan liedjes die alleen zij zullen gaan spelen.
Er is één langzaam stuk met aan het begin een solo, die één van de kinderen mag doen. Hij moet improviseren op de 5 noten die Herr Schaefer hem voorspeelt. De jongen vind het erg eng, maar op een gegeven moment wil het toch lukken.
Weer in een volgend stuk heeft een ander meisje een solo. Ze moet van Herr Schaefer met meer charme spelen, de solo klonk een beetje saai. Het stuk dat ze spelen gaat steeds sneller,  totdat het te snel gaat voor iedereen.
Elk kind heeft uiteindelijk een solo. De momenten met solo’s en met  tutti worden geoefend, zodat het op het concert helemaal goed gaat.

Interview met Herr Schaefer 20.30-21.00

Herr Schaefer vindt het enorm leuk dat ik ben komen kijken.
Hij vertelt dat hij gypsymuziek het beste kan geven aan kinderen die de Suzuki- methode doen. Dit omdat ze bij de Suzuki -methode veel doen aan luisteren, voor – en naspelen.
Zijn manier van lesgeven is die van de volksmuziek: van meester op leerling. Dit past goed en sluit goed aan bij de Suzuki- methode. Ook het samenspel met een groep kinderen en het  leren van kind naar kind.

Herr Schaefer vertelt dat hij ook wel eens tango in het repertoire opneemt. Dit jaar toevallig niet, maar het gebeurt wel. Hij speelt dan met de kinderen hetzelfde stuk wat ik ook heb gekozen om te doen met de IKEI kinderen: La Cumparsita en nog een ander stuk dat ik vergeten ben.
Hij denkt dat je zeker tango aan kinderen kan leren, op de manier zoals hij het doet en wel ideaal in combinatie met Suzuki. Hij zei dat wereldmuziek muziek voor kinderen is. Zij kunnen dit spelen.